Einde test.
Gereserveerd/wantrouwen: hond nadert voorwerp of persoon niet, geen wijken/vluchten ed., geen houdingsverlaging, geen verdere angstsignalen, negeert lokken, geheven voorpoot kan voorkomen.
Ontwijken: hond loopt in een neutrale of hogere houding dan neutraal met boog om prikkel heen of loopt achteruit t.o.v. prikkel, of zonder verdere houdingsverlaging als staart al lager is dan neutraal.
Schrikachtig: aantal malen dat de hond een schrikreactie geeft (b.v ineen duiken, wijken, deinzen) gedeeld door het aantal prikkels.
Onzeker: lichte vorm van angst; lichte houdingsverlaging( oren naar achter en/of staart wat verlaagd), geen trillen, geen vluchten.
Successievelijk ambivalent gedrag: Bij een constante lagere houding dan neutraal ook wijken of intentie tot naderen. (Indien gereserveerd gescoord zou worden, maar hond wordt niet gelokt dan onzeker, indien nerveus gescoord zou worden, dan onzeker)
Steun zoeken: in een lagere houding dan neutraal: hond kijkt naar geleider, nadert hem, springt tegen hem op (met likbewegingen), stoot de geleider aan met snuit, duwt zijn lijf tegen geleider of gaat vlakbij staan of lopen. Steun zoeken kan ook op een ander persoon/hond gericht zijn.
Dekking zoeken: hond zorgt ervoor dat geleider/voorwerp/ hond tussen hem en de prikkel in staat.
Nerveus: hond vertoont rukkerige kijkbewegingen en/of pupilvergroting en/of spanningssignalen zoals gapen/hijgen/tongelen/janken/krabben en/of orenspel, veel wegkijken kan voorkomen.
Angst: in een lage houding of lagere houding dan neutraal gedrukt lopen en/of weglopen tot de (bijna) maximale afstand t. o. v. de prikkel, kan gepaard gaan met spanningssignalen.
Grote angst: staart tussen de achterpoten (bij honden met hoge staartdracht staart tegen de achterpoten, bij honden zonder staart tevens achterpoten gebogen) en/of vluchten of poging daartoe, eventueel pupilvergroting; kan gepaard gaan met rillen/gapen/bevriezen/wegkijken/ tongelen/bek aflikken/beginnen met hijgen. De hond staat nog net niet op maximale afstand t. o. v. prikkel of is terugroepbaar.
Paniek: vorm van ernstige angst; hond vlucht in een lagere houding dan neutraal en behoudt maximale afstand t. o. v. prikkel of is niet terugroepbaar. Alle andere angstsignalen kunnen worden vertoond, geen herstel.
Herstelvermogen: het vermogen om tijdens of na afloop van een prikkel terug te keren naar zijn oorspronkelijke gedrag en (hogere) houding van voor de toediening van de prikkel. Er zijn 6 mogelijkheden: geheel met steun, geheel zonder steun, gedeeltelijk met steun, gedeeltelijk zonder steun, niet (met of zonder steun)
Agressiegerelateerde gedragskenmerken:
Bijtdrempel: de bijtdrempel wordt uitgedrukt in de duur van het dreiggedrag en het aantal keren bijten. Hierbij is de laagste bijtdrempel als de duur van het dreiggedrag kort is en er vaak wordt gebeten (snap, uitval, bijt). Een hoge bijtdrempel wordt weergegeven door een lange duur van het dreiggedrag en weinig keren bijten.
Dreigen: tanden laten zien, grommen, borstelen. fixeren, harde blaf, verstarren, stijve kwispel.
Andere gedragskarakteriseringen:
Actief vriendelijk gedrag: hond nadert persoon met kwispelen in een neutrale tot lage houding, snuffelen, eventueel hand likken, eventueel uitnodiging tot spelen, eventueel opspringen (met likbewegingen). Geen agressiesignalen of neiging tot domineren.
Passief vriendelijk gedrag: hond nadert niet zelf, maar accepteert met kwispel na benadering door persoon, aanhalen zonder agressiesignalen of neiging tot domineren.
agressie signalen of neiging tot domineren.