volw. wormen in dundarm larven in lever en long reservelarven in organen, spieren,...
Risicogroep
meest algemene worm bij honden pups: tot >95% besmet jong volwassen: 50 - 80% besmet volwassen: niet tot 50% besmet
Schade
pups: matig tot erg volwassen: mild, allergie (?)
Afmetingen
9 - 17 cm
Inwendige cyclus. Larven uit oraal opgenomen eieren migreren vanuit de darm naar lever -> hart -> long -> luchtpijp, worden vervolgens opgehoest en ingeslikt om tenslotte volwassen te worden in de dunne darm en eitjes te produceren. Dit duurt ongeveer 1 maand. Een ander deel kapselt zich onderweg in en vormt een reserve van waaruit regelmatig larven vrijkomen om hun tocht naar de darm verder te zetten. Bij drachtige teven komen deze reservelarven massaal vrij en besmetten de pups vanaf de 42ste dag van de dracht reeds in de baarmoeder. De larven wachten in de lever van de foetus tot na de geboorte waarna ze hun reis via hart-long naar de darm aanvatten. Pups worden ook nog eens de eerste 3 weken van de zoogperiode besmet via de moedermelk maar dit is van ondergeschikt belang in vergelijking tot de baarmoederlijke besmetting (5% vs. 95%).
Symptomen. De klachten zijn afhankelijk van de leeftijd van het dier en de besmettingsgraad.
Pups. De letsels die de larven achterlaten op hun tocht kunnen vooral ernstig zijn voor pasgeboren pups. Zo is longontsteking tgv massale migratie de belangrijkste doodsoorzaak bij pups 2 - 3 dagen na de geboorte. Pups die de eerste faze van een zware besmetting overleven, sterven dikwijls toch nog t.g.v. maagdarmproblemen en de daarmee gepaard gaande vermagering en verzwakking. Lichte tot matige besmetting bij pups leidt tot groeivertraging, een dik buikje, af en toe wat diarree, braken, soms koorts, bloedarmoede en zenuwstoornissen.
Oudere honden. Naast de migratieletsels in de verschillende inwendige organen, kan een zwaardere besmetting allergische processen in gang zetten vooral t.h.v. de darm. Lichte tot matige infecties zijn zelden een probleem, maar vormen wel een besmettingsbron voor anderen.
Wist je dat
mannelijke wormen tot 9 cm worden, en vrouwelijke wel tot 17 cm;
een worm gemiddeld 4 maanden leeft;
de vrouwtjes tot 200.000 eieren per dag produceren;
bij een zware besmetting (>200 wormen) dagelijks tot 15 miljoen eitjes uitgescheiden worden in de buitenwereld;
het in optimale omstandigheden (25-30°C, 95% vocht) slechts 9 - 15 dagen duurt eer de eitjes een larve bevatten, klaar voor infectie;
deze larven tot 3 jaar in de buitenwereld kunnen overleven en zeer weerstandig zijn aan het klimaat en aan klassieke ontsmettings- en reinigingsmiddelen;
de 'reservelarven' van teefjes afkomstig van één enkele besmetting tot 3 drachten kunnen besmetten.
Volwassen Toxocara canis.
Gevaar voor de mens. Indien per ongeluk wormeitjes in de darm van een mens verzeild geraken, zullen de larven die zich hieruit ontwikkelen proberen dezelfde reis als bij honden af te leggen. Dit zou nog niet zo erg zijn, moest het gevaar niet bestaan dat ze hun weg kwijt geraken en op plaatsen in lichaam terechtkomen waar ze veel schade berokkenen, bvb. het oog. Dit fenomeen staat in de medische wereld bekend als het 'larva migrans syndroom'. Zandbakken waar ook veel honden komen (en ontlasten) vormen een concreet gevaar voor kinderen.
Ontworming. Uit het bovenstaande kan je afleiden dat
vroege en regelmatige ontworming van pups (week 2/4/6/8) noodzakelijk is;
teven vlak vóór de dekking, 2 weken vóór de geboorte en na de geboorte samen met de pups behandeld moeten worden;
honden die regelmatig buiten komen, ook regelmatig ontwormd moeten worden;
in kennels een strikte hygiëne belangrijk is.
Dit komt in praktijk overeen met de richtlijnen gegeven in het algemeen ontwormingsschema van honden, zie 'Wormen'.
Toxascaris leonina
Deze spoelworm kan zowel bij katten als bij honden voorkomen en ze kunnen elkaar dus ook besmetten hoewel infectie in de praktijk vaker bij honden wordt gezien. Dit is de minst ziekteverwekkende spoelworm bij carnivoren en wel om volgende redenen:
er is geen baarmoederlijke infectie mogelijk. De cyclus geschiedt steeds via tussengastheren (muizen,..) en orale opname van infectieuze eieren;
er is geen migratie doorheen het lichaam: larven en wormen beperken zich tot de darm;
de besmettingsgraad is zelden groot genoeg om symptomen te veroorzaken.