free visitor counter
 
 

Oudere hond en voeding

                                                               

 

Weten wat en hoeveel je hond dagelijks eet, is belangrijk om te kunnen bepalen of hij goed gevoed wordt of niet. Als een hond ouder wordt en de leeftijdgerelateerde verande­ringen worden duidelijk, zal ook zijn voeding aangepast moeten worden.

Door een hond uitgebalanceerde voeding te geven die aan zijn behoeften is aangepast, kun je het begin van het verouderingsproces uitstellen en de effecten en mate ervan verminderen. Maar leeftijdgebonden problemen die al merkbaar zijn, kun je niet ongedaan maken. De sleutel tot een goede gezondheid op latere leeftijd is dat de hond zijn hele leven een goed gewicht heeft gehad. Daarom is de beste manier om zijn levensverwachting te verhogen hem slank en fit te houden. Overgewicht heeft altijd een negatief effect.

Goede voeding kan ziekte voorkomen en het veroude­ringsproces vertragen, maar je zult wel de voeding moeten aanpassen als je hond acuut of chronisch ziek wordt. Vooral oudere honden kunnen aangepaste voeding nodig hebben als ze ziek worden. Soms hoeft de hond slechts kortstondig op dieet, soms moet hij voor altijd op dieet. Je dierenarts kan je hierover adviseren en het beste dieet voor je hond bepalen.

Verandering in stofwisseling
Voedsel wordt via chemische processen in een hondenli­chaam afgebroken, omgezet, geabsorbeerd en uiteinde­lijk uitgescheiden. Dit noemen we de stofwisseling. Ziekten treden op als de stofwisseling verstoord raakt. Veranderingen van de hormoonbalans, degeneratieve veranderingen van verscheidene organen en een vermindering in lichaamsbeweging kunnen het organisme van een hond beïnvloeden, waardoor de stofwisseling vertraagt.

Bovendien zorgt de vertraagde stofwisseling van oudere honden voor veranderingen van het hon­denlichaam. Het aantal vetcellen neemt toe en de spiermassa neemt af. Daarom moet de totale energieopname van een hond in het laatste derde deel van zijn leven met dertig procent afnemen. Je hond heeft minder voedsel nodig als hij ouder is en daarom is het absoluut essentieel om het aantal calorieën in zijn voeding te verminderen.

Maag- en spijsverteringskanaal
Naarmate een hond ouder wordt, verandert zijn spijsvertering, waardoor de voedingsstoffen in het voedsel niet zo goed meer als voorheen worden verwerkt en geabsorbeerd. Tandbederf en slecht functionerende speekselklieren kunnen er ook toe leiden dat het voedsel slecht verteerd wordt – het voedsel wordt minder goed gekauwd of de speekselenzymen breken het voedsel minder goed af. Omdat de spijsvertering heel gevoelig is, reageert een hond al op de kleinste verandering in zijn voedsel met diarree. Aan de andere kant is de dikke darm op latere leeftijd minder actief, wat weer tot verstopping kan leiden.

Energie
Naarmate een hond ouder wordt, wordt hij minder actief. Hoe en wanneer is voor elke hond weer anders.

Honden die hun vitaliteit eerder verliezen, waren als jongvolwassen hond waarschijnlijk ook al minder energiek. Hierbij speelt grootte een rol. Als een hond zo'n veertig kilo weegt, zal zijn energieniveau afnemen als hij vijf of zes jaar oud is. Energie wordt uit eiwitten, vetten en koolhydraten gemaakt. Door verschillende soorten voedsel te verbranden levert het lichaam ener­gie. Hoeveel hangt af van de verteerbaarheid van het voedsel. Een hond absorbeert veel van de voedingsstoffen in gemakkelijk verteerbaar voedsel. Krijgt een hond onvoldoende energie, dan valt hij af, wordt zijn conditie slechter en gaat zijn lichaam minder goed functioneren. Hij kan dan misschien niet eens de juiste lichaamstemperatuur handhaven. Als een hond te veel eet, krijgt hij meer energie dan hij kan gebruiken. Overtollige energie ­wordt omgezet in vet en de hond wordt te dik.

Eiwitten
Vooral oude honden hebben voedingsstoffen van goede kwaliteit nodig, die gemakkelijk te verteren zijn en in porties gegeven worden die aangepast zijn aan hun individuele behoeften. Door het verouderingsproces neemt de spiermassa af. Maar de eiwitreserves die een hond aanspreekt in tijden van stress of ziekte nemen ook af als een hond onvoldoende eiwitten eet om ze op peil te houden.

Verteerbaarheid
Bij de vertering worden gemakkelijk te verteren eiwitten afgebroken tot ami­nozuren. Die worden vervolgens door de darmwand in de bloedstroom opgenomen en naar de organen getransporteerd.

Plantaardige eiwitten worden veel minder gemakkelijk door honden ver­teerd dan dierlijke eiwitten. Alles wat niet afgebroken kan worden komt in de uitwerpselen terecht. Maar onverteerde eiwitten blijven te lang in de dikke darm achter en gaan daar rotten. Het gevolg is vies ruikende flatulen­tie. In lamsvlees, vis en kip zitten gemakkelijk verteerbare eiwitten. De bron van en hoeveelheid eiwitten die geschikt is voor de hond, hangt van veel factoren af. Vraag je dierenarts om advies als je niet zeker weet wat voor voedsel je je hond moet geven.

Biologische waarde
Eiwitten hebben een hoge biologische waarde als de afzonderlijke bestand­delen – aminozuren – optimaal door het organisme benut en afgebroken kunnen worden. De nieren – die helpen bij het ontgiften van het lichaam –scheiden ongebruikte aminozuren of aminozuren die niet bij die van het lichaam passen in de urine uit. Als dat in grote hoeveelheden gebeurt, raken de nieren overwerkt. Bronnen van eiwitten met een hoge biologische waarde zijn kiporganen, kip, lam en vis.

Vetten
Vetten zijn van vitaal belang voor een goede voeding. Ze zijn een geconcen­treerde vorm van energie en moeten gemakkelijk verteerbaar zijn, zoals var­kens- en kippenvet. Vetten leveren duurzame energie aan het lichaam en kunnen gemakkelijk opgeslagen worden. Maar ook vetten moeten van hoge kwaliteit zijn om een hond de essentiële vetzuren en de vitaminen A, D, E en K te geven die hij nodig heeft. Omdat de stofwisseling van een hond geen essentiële vetzuren kan produceren, moeten die in zijn voeding zitten. De vacht en huid van uw hond zullen in betere conditie zijn als hij vetzuren krijgt.

Je moet er ook voor zorgen dat de voeding van je hond omega 6- en omega 3-vetzuren (meervoudig onverzadigde vetzuren) in een optimale ver­houding bevat. Deze vetzuren zorgen niet alleen voor een gezonde huid en vacht, maar zijn ook ontstekingsremmend.

Koolhydraten
Chemisch gezien kunnen koolhydraten onderverdeeld worden in enkelvou­dige koolhydraten (monosacchariden) zoals glucose en fructose, en complexe koolhydraten (polysacchariden) zoals zetmeel en cellulose. Koolhydraten kunnen in snelle energie omgezet worden. Naarmate honden gedomesticeerd werden, kregen ze steeds meer koolhydraten, omdat dit een goedkope voedsel­bron was. Tegenwoordig weten voedingsdeskundigen dat bepaalde soorten koolhydraten, zoals de cellulose in vezelrijke voeding, goed zijn voor de spijsvertering van honden. Een voedingspatroon met een goed uitgebalan­ceerde hoeveelheid vezels geeft honden een gevoel van verzadiging, levert massa voor een goede stoelgang en houdt het spijsverteringskanaal gezond.

Vitaminen en mineralen
Honden hebben vitaminen en mineralen nodig om goed te functioneren, net als mensen. Meestal krijgt een hond daar voldoende van als hij compleet hondenvoer krijgt.

Als je echter zelf eten voor je hond maakt, zul je bepaalde supplemen­ten moeten toevoegen. Maar zelfs als je denkt dat je hond te weinig binnenkrijgt, moet je nooit overgaan op het toevoegen van mineralen, vitaminen of sporenelementen. Vraag eerst aan de dierenarts of dit wel nodig is.