free visitor counter
 
 

Dieetvoeding

Voor viervoetige patiënten is er hoogwaardig kant-en-klaar dieetvoer, waarvan de ingre­diënten precies op het desbetreffende ziekte­beeld zijn afgestemd. De eisen aan dieetvoer zijn hoog, en wie het zelf wil bereiden, redt het niet zonder kennis van de voedingsleer en moet er veel tijd in steken. Elke dieetmaat­regel bij de hond moet met de dierenarts wor­den besproken.

Sneller gezond met het juiste dieet
Zorgvuldig gecontroleerde dieetvoeding ver­hoogt de levenskwaliteit van het zieke dier en ondersteunt zijn genezing.

Maagdarmdieet
Braken en diarree zijn typische symptomen van een maagdarmziekte. Het dieet is makkelijk verteerbaar en vetarm.

Nierdieet
Bij nierbeschadigingen kunnen vergiftigingen door ammoniak ontstaan. Dieet: verhoogd energiegehalte, weinig eiwit en fosfor.

Diabetesdieet
Ook suikerzieke honden kunnen het niet helemaal zonder koolhydra­ten stellen. Het dieetvoer bevat veel ruwe vezels. 90 procent van de diabetici zijn onge­castreerde teven, heel vatbaar zijn dieren met overgewicht.

Allergiedieet
Huidaandoeningen en diar­ree kunnen op een voedselallergie wijzen. De dieetvoeding is vrij van mogelijke allerge­nen.

Alvleesklierdieet
Belangrijk is een groot aandeel licht verteerbare vetten.

Blaassteendieet
Dieetvoer met minder mineralen. Voorkomt vorming van blaasste­nen, ook ter ondersteuning van de behande­ling en na operatieve verwijdering van de ste­nen.

Hersteldieet
Energie- en voedingsstofrijk dieet voor speciale belastende situaties, bijv. na operaties en voor zwakke pups.

Wie heeft dieetkost nodig?
Bij chronische aandoeningen als diabetes en nierinsufficiëntie moet de hond vaak zijn leven lang streng dieet houden. Dieetkost schrijft de dierenarts de hond meestal voor een beperkte tijd voor, opdat hij bij diarree en braken, na operaties of bij vergiftigings­verschijnselen snel weer op de been komt. Met licht verteerbaar vlees (bijv. kip) en rijst kun je een zelf een smakelijk menu voor de hond klaarmaken. Als kant-en-klaar voer is er dieetkost voor verschillende toepassingen en in verschil­lende smaken – meestal ook direct bij de die­renarts.

Dikke honden leven gevaarlijk
Overgewicht is niet alleen weinig fraai, maar ook voor het loopdier hond een ernstig gezondheidsrisico. Elke kilo te veel belast de gewrichten en pezen. Met toenemend gewicht worden bewegingsplezier en beweeg­lijkheid minder, door de verminderde training gaan dan weer de prestaties van hart en bloedsomloop omlaag, de hond verbruikt niet meer voldoende energie en komt nc, meer aan – een vicieuze cirkel. Tegelijk neemt de vatbaarheid voor ziekten die hiervan het gevolg kunnen zijn, zoals diabetes, blaasstenen en tumoren, met sprongen toe.

Bijna één op de drie honden is te dik, waar­van veel de neiging tot vetzucht (adipositas) hebben bij een gewicht van meer dan twintig procent boven normaal. Bij de oorzaken staan verkeerde voedingsgewoonten en ont­brekende dan wel onregelmatige beweging boven aan de zondelijst.

Naast de te ruime voerrantsoenen staan hier­bij vooral lekkernijen en beloningshapjes negatief te boek. Slechts zelden zijn daarentegen aandoeningen als een storing in de functie van de schildklier of bijnieren verant­woordelijk voor de vervetting.

Is mijn hond te dik?
Een eenvoudige test is voldoende om te con­troleren of een hond te dik is geworden: beweeg je platte hand over de ribben van zijn borstkas. Kun je die niet voelen, dan moet de dikzak op dieet worden gezet. Bij kortharige rassen moet de welving van de rib­ben met het blote oog te zien zijn. Wie vat wil krijgen op het gewicht van zijn hond, moet het regelmatig controleren en bij de evaluatie met geslacht, leeftijd, ras­kenmerken en de individuele eigenschappen rekening houden.

De probleemgevallen
Verminderde activiteit en veranderingen van de hormoonhuishouding zijn er verantwoor­delijk voor dat oudere honden makkelijker vet worden dan jongere. Ook bij gecastreerde die­ren kan de hormoonverandering een ge­wichtstoename bevorderen. In dat geval moet het dagrantsoen vooral in de eerste weken na de ingreep strikt worden aangehouden. Verder zijn er enkele hondenrassen die vaker problemen met de slanke lijn hebben dan andere. Hiertoe behoren bijvoorbeeld Beagle, langharige Teckel, Cocker Spaniel en Labra­dor Retriever.

Strijd om de pondjes
Ook bij honden zijn er die niet snel en die wel snel dik worden: voor de eerstgenoemde zijn de adviezen op het voerblik precies goed, voor de laatstgenoemde duidelijk te hoog. Tevens spelen lichamelijke gesteldheid en activiteit alsmede temperament een rol.

Basis van elke therapie is meer beweging. Als eerste stap wordt de hoeveelheid voer met twintig procent, later met nog eens tien pro­cent verminderd. Van energierijk voer moet je overgaan op een energiearm mengsel. Voed­zame tussendoortjes vervallen helemaal. Ver­mageringsdiëten, die je bij dierenarts krijgt, zijn caloriearmer en bevatten vaak een groter aandeel plantaardige vezels.

Wat als mijn hond zijn dieet niet wil volgen?
Keihard weigert de te zware hond het dieetvoer – tot zijn eigenaar ten slotte toegeeft en weer op het gewone voer overgaat.

Oorzaak: dieetvoeding smaakt anders en is niet altijd zo lekker als de gewone kost. Vooral kleine honden komen in opstand als ze de nieuwe soort voer voor­gezet krijgen.

Oplossing: een dikke hond verhongert niet zo snel: raakt hij het dieetvoer niet aan, verwijder de bak dan na tien minuten. De volgende keer geef je een kleinere por­tie. Net zo lang herhalen en telkens minder aanbieden tot hij alles opeet. Zorg er vooral aan het begin van de vermagerings­kuur voor dat je hond veel beweegt en veel te doen heeft. Dan vergeet hij vaak te bedelen en zeuren. Verdeel het dagelijkse dieetrantsoen over twee maaltijden. Een middelgrote hond moet ongeveer 500 gram per week afvallen.