Voeding en Skeletaandoeningen
Een zeer opmerkelijk kenmerk van de hond is de variatie in lichaamsgewicht van volwassen honden over de verschillende rassen. In de praktijk overschrijden de gewichten van de volwassen honden de referentiegrenzen echter vaak ruimschoots.
Door de druk van de genetische selectie, waarbij bij bepaalde hondenrassen de voorkeur wordt gegeven aan een grotere afmeting van het volwassen dier, worden tegelijkertijd genottypen geselecteerd met een opvallende aanleg voor een hoge groeisnelheid.
20 jaar geleden bereikte de gemiddelde Duitse Dog bijvoorbeeld een volwassen lichaamsgewicht van zo'n 59 kilo op de leeftijd van 12 tot 18 maanden. Vandaag de dag worden gedurende diezelfde groeiperiode van 12 tot 18 maanden vaak volwassen lichaamsgewichten van 81 kilo of meer bereikt.
Helaas wordt niet vaak genoeg gerealiseerd dat de genetische neiging tot een hoge groeisnelheid in combinatie met een grotere afmeting van het volwassen dier mogelijk negatieve consequenties kan hebben.
Inmiddels is goed gedocumenteerd dat de frequentie van skeletaandoeningen, waaronder osteochondrose, hypertrofische osteodystrofie en heupdysplasie, aanzienlijk toeneemt als deze genetische aanleg voor een hoge groeisnelheid in de praktijk wordt gerealiseerd.
Met name van belang is de invloed van de voeding op de groeisnelheid en skeletaandoeningen. Drie voedingscomponenten, de concentraties energie, eiwit en calcium (en fosfor) in de voeding, zijn geïmpliceerd als primaire contribuanten aan een grotere incidentie van skeletaandoeningen bij groeiende puppy's van grote rassen