Volgend op een aantal dodelijke bijtincidenten is in 1992 van kracht geworden de
zogenaamde “Pitbull-wet”. Het betrof een regeling van het ministerie van LNV, toendertijd
nog Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (tegenwoordig: Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit). De regeling had de formele naam “Regeling Agressieve Dieren”, afgekort
RAD, waarbij voor honden van het Pitbull-Terriër-type de verplichtingen werden ingevoerd
om onvruchtbaar te maken, te muilkorven en kort aan te lijnen. In deze periode was sowieso veel aandacht voor regelgeving met betrekking tot het houden van dieren,
getuige het ontstaan van de Gezondheids – en Welzijnswet voor dieren (GWWD), eveneens in 1992.
Kort na de introductie van de Pitbull-wet dreigde het ministerie van LNV nog een drietal
andere “potentieel gevaarlijke” rassen te verbieden. Het ging hierbij om de American
Staffordshire Terriër, de Fila Brasileiro en de Dogo Argentino.
Op dat moment vond de Raad van Beheer op Kynologisch gebied, dit is de vereniging van alle hondenrassen in Nederland, het tijd om in te springen: de koers van de overheid verdiende bijsturing! De toenmalig
directeur van de Raad van Beheer, de heer Jan Beeftink, stelde aan het ministerie voor om de
fokdieren van de betreffende rassen te gaan testen op agressie. Het was nog steeds 1992.
Het antwoord van het ministerie LNV was “oké, mits de test voldoet aan de eisen met
betrekking tot betrouwbaarheid en validiteit”. Met andere woorden: de gegevens van de
testontwikkeling zouden moeten aantonen dat het daadwerkelijk een goede test zou zijn. En
zo is de ontwikkeling van “de agressietest” gestart, in 1992, aan de Universiteit van Utrecht,
door Doreen Planta.
Na 4 jaar onderzoek heeft Doreen “de agressietest” afgeleverd, overeenkomstig de gestelde
eisen aan betrouwbaarheid en validiteit, met het doel om de fokdieren van de drie bedreigde
hondenrassen te gaan testen. Ze heeft hierover aan het ministerie gerapporteerd.
In de praktijk: van uitgebreide agressietest naar praktische MAG-test
De agressietest was een test geworden bestaande uit 43 testonderdelen, uit te voeren in een
binnenruimte, met een tijdsbeslag van ca. 1,5 uur per hond. Gelet op de praktische
uitvoerbaarheid van de test inclusief de beschikbare faciliteiten van rasverenigingen, heeft
Doreen op verzoek van de Raad van Beheer een verkorte versie van de test gemaakt: de
huidige MAG-test. De MAG-test kent 16 testonderdelen, kan in een buitenruimte worden
uitgevoerd en neemt ca. 15 minuten per hond in beslag. Van de 16 testonderdelen zijn er 11
afkomstig uit de agressietest, 4 onderdelen zijn overgenomen uit testen die de rasverenigingen
reeds uitvoerden en 1 onderdeel is nieuw ontwikkeld. In 1998 kon een proef-MAG-test
worden gehouden, waaraan ook beaucerons hebben deelgenomen.
Verdere ontwikkeling van de MAG-test
In 1999 is Doreen bij de Raad van Beheer in dienst gegaan, onder meer om de MAG-test in
Nederland verder te implementeren. Toen in 2000 opnieuw dreigende overheidsmaatregelen
het zeer wenselijk maakten dat de MAG-test op korte termijn zou worden gevalideerd, heeft
Doreen haar aandacht verlegd naar het noodzakelijke onderzoek om de onderbouwende
gegevens voor de test voort te brengen.
Aanleiding voor de nieuwe dreigende overheidsmaatregelen was een dodelijk bijtincident met
een Mastino Napoletano, eind 1999. In 2000 stuurde het ministerie van LNV het bericht uit
dat men voornemens was een algeheel fok- en houdverbod uit te vaardigen voor een viertal
hondenrassen: de drie eerder genoemde rassen en de Mastino. Bovendien dreigde men met
een zelfde verbod voor Rottweilers. Men leek zich de ontwikkeling en totstandkoming van de
agressietest niet te herinneren. In de ontstane commotie heeft de Raad van Beheer van de
gelegenheid gebruik gemaakt de MAG-test onder de aandacht brengen, waarop de reactie van
LNV vergelijkbaar was met die op de agressietest: “oké, mits gevalideerd!” Dit was in elk
geval het startsein om de MAG-test van onderbouwende gegevens te voorzien, en daarmee
aan te tonen dat sprake was van een goede test.
Op basis van aanvullend onderzoek kwam Doreen in 2002/2003 tot de conclusie dat de
validiteit van de MAG-test een gunstiger resultaat liet zien dan de ‘oude’ agressietest! De
voorspellende waarde voor angst en agressie was significant.
Wat meet de MAG-test?
Bij de test wordt feitelijk naar twee hoofdkenmerken gekeken:
1) hoe makkelijk gaat de hond over tot bijten;
2) hoe angstig is de hond. Het eerste aspect heeft met name betrekking op
het risico voor de omgeving. De hond zou een veilige hond moeten zijn voor onze huidige
maatschappij.
Het tweede aspect betreft met name het welzijn van de hond. Als een hond
minder bang is aangelegd (angst erft sterk over), dan blijkt hij beter om te kunnen gaan met
wisselende omstandigheden en afwijkende ‘ingrediënten’ in onze maatschappij, inclusief (het
veilig ontmoeten van) de mensen die onhandig en onkundig met honden omgaan. Beide
aspecten vullen elkaar aan wat betreft het Maatschappelijk Aanvaardbare Gedrag (MAG) dat
van een hond gewenst is.